De Kruidenklets is verhuisd!

Pas enkele maanden geleden ging mijn blog hier van start als een proefprojectje.
Vanaf 9 mei 2007 is AnneTannes Kruidenklets nu terug te vinden op haar definitieve stek, als onderdeel van AnneTannes Kruidenmand.
Ik verwelkom je graag daar...

16 maart 2007

Primula vulgaris - Stengelloze Sleutelbloem


Primula auricula - Alpenaurikel
Originally uploaded by AnneTanne.
Jacob van Maerlant (ca 1225-na 1291) schreef het al in zijn ‘Der Naturen Bloeme’:

“Primula dats een kruut
Tierste dat te lentin coemt uut,
Ende taleerst dat bloemen draghet.
Dit cruut, alsmen ons bhewaget,
Ghedronken met roeden wine,
dats volmaeckte medicine
Ghedroncken in alre noet
Jegent swaer even groet.”

Vanmorgen zag ik dat de eerste Gulden sleutelbloemen (Primula veris) in mijn bloemenweitje stilaan gaan openkomen… Nog een paar uurtjes zon, en ze staan wijd open.

De Stengelloze Sleutelbloem (Primula vulgaris) hierboven is er een neefje van, die ik een maand geleden in Zwitserland al vond bloeien.

Zoals aan heel wat voorjaarsbloemen wordt aan de Sleutelbloem een bijzondere kracht toegekend. In sommige plaatsen in Duitsland geloofde men dat Sleutelbloemen in huis geluk brengen; elders bij onze Oosterburen ging men er van uit dat men met een Sleutelbloem die in de Kerstnacht bloeit, de ’sleutel’ tot het vinden van een schat in handen heeft. Er bestaan trouwens heel wat legenden rond dit thema…
In Engeland werd de Sleutelbloem in verband gebracht met de vruchtbaarheid van kippen en ganzen (zou de dooiergele kleur van de Gulden sleutelbloem daar iets mee te maken hebben?). Als men niet zorgde minstens 13 Sleutelbloemen te plukken en binnenshuis te brengen, zouden de vogels slecht leggen, zo geloofde men in Norfolk. En in Dorset vreesde men zelfs dat alleen al het kijken naar vroege sleutelbloemen er toe zou leiden, dat broedende kippen weinig kuikens zouden krijgen.

In de loop der tijd zijn Sleutelbloemen voor tal van geneeskrachtige toepassingen gebruikt, al rept Dodoens in 1554, drie eeuwen na Van Maerlant daar nauwelijks over. Hij schreef: “Die Sleutelbloemen worden heden daechs met meer andere cruyden in spijsen ghebruyckt / maer in der medecynen en hebben zy gheen sonderlinghe ghebruyck oft cracht die te achtene zijn.” In een herdruk van zijn boek een eeuw later, staat echter te lezen: “Men heetse (deze kruyden) somtijds paralysis omdat sy so krachtigh zijn om den weedom van den leden ende van de zenuen te versoeten.”

Geert Verhelst noemt vooral expectorerende, mucolytische en secretolytische eigenschappen van het kruid (de Gulden sleutelbloem in dit geval), door de aanwezigheid van saponinen, etherische olie en fenolglycosiden. Dit betekent dus dat slijmen meer vloeibaar, minder taai worden, en daardoor gemakkelijker kunnen worden opgehoest.
Het kruid wordt dus bijvoorbeeld toegepast onder vorm van een tinctuur van de wortel (die het hoogste gehalte aan saponinen bevat), bij vormen van hoest waarbij taaien slijmen moeten gelost en opgehoest worden (niet bij krampachtige vormen van hoest, zoals bijvoorbeeld bij astma).

Alle Sleutelbloemen zijn in ons land erg zeldzaam en (dus) beschermd… Als je ze dus al in het wild zou vinden, oogst ze dan zeker niet, maar ga op zoek naar een leverancier van zaai- of plantgoed van het kruid. (Er zijn massa’s cultivars in de handel, maar ik vind de wilde vorm een plekje in de siertuin meer dan waard…)
De manier waarop Sleutelbloemen hun zaden verspreiden, is een typisch voorbeeld van ‘windstrooiing’. Als de bloem is uitgebloeid, gaat de bloeistengel verdikken en min of meer verhouten. De stengels worden ook nog iets langer en richten zich op. Wanneer de vrucht rijp is, springt die open. De wind of passerende dieren doen de ’strooibusjes’ op hun steeltjes heen en weer bewegen, en de zaden worden langzaamaan uitgestrooid. Behalve vermeerdering door zaad kan de plant zich ook vegetatief vermeerderen door de vorming van nieuwe rozetten.


Opmerking: Hoewel ik er gewoonlijk niet voor kies om als ik door een commentaar op deze blog op fouten attent wordt gemaakt, die in de post zelf te corrigeren, heb ik dat dit keer wel gedaan. Mijn vergissing beschouwde ik dermate als een flater, dat ik die echt niet wilde laten staan. Ik had het stukje de titel 'Primula auricula - Alpenaurikel' genoemd, hoewel de bloem op de foto heel zeker niet de alpenaurikel is.

2 opmerkingen:

Rob van der Hoeden zei

Primula auricula groeit in de bergen, dus in die zin is het niet verkeerd om te spreken van Alpenaurikel. Maar dit is niet de Nederlandse naam, men zegt simpelweg: aurikel. Er bestaat een oude naam voor deze plant, namelijk berenoor, hetgeen een vertaling is van Auricula ursi zoals toentertijd de "officiële" naam luidde (de bladeren van Primula auricula lijken op oortjes, de soortnaam auricula is afgeleid van het Latijnse woord auris, dat oor betekent).
Zie Dodoens, Cruydt-Boeck 1644, blz. 216-217:
"De nieuwe Cruydt-beschrijvers hebben dit cruyt den naem Auricula Ursi gegeven, dat is Beeren-oor; ende sy rekenen dat onder de soorten van Solidago: sommighe andere heeten 't Paralytica ende Sanicula Alpina: Matthiolus heeft het oock voor eene soorte van Sanikel beschreven ende doen schilderen."

De Duitse naam is Alpenaurikel, in het Engels heet hij Auricle en Bear's ear. Andere Duitse namen: Flühblümchen (Zwitserland), Alpenschlüsselblume, Petergstamm (Oostenrijk, deze primula staat op de rugzijde van het 5 cent muntje), Zollitsch, Platenigl.

De plant is een van de stamvormen van de tuinprimula. Hiervan bestaan vele variëteiten, in de onwaarschijnlijkste kleuren; dit zijn eigenlijk geen "echte" primula's meer, ik hoorde iemand spreken van priemeltjes, niet geheel ten onrechte, naar mijn smaak). De wilde soort, P. auricula, is zeldzaam geworden en staat thans onder bescherming.

Primula's zijn giftig in alle plantendelen, maar vooral de kelk en de bloeistengel bevatten het giftige primine, een van de heftigste contactallergenen.

AnneTanne zei

Bedankt voor je aanvulling Rob...
Ik wist dat Alpenaurikel de Duitse naam van de Primula auricula was, maar had even niet in de gaten dat die Nederlands genoeg klonk, om te laten veronderstellen dat ik de Nederlandse naam wilde weergeven.

Maar... Ik ben nog veel meer in de fout gegaan dan wel lijkt... Ik laat immers niet de Primula auricula, maar de ook bij ons inheemse Primula vulgaris laat zien! De P. auricula heeft immers vleziger blad dan het plantje dat ik hier laat zien, en de bloemen staan zoals bij de gulden en de slanke sleutelbloem in een gesteeld scherm, en niet in een zittend scherm...

Ik moet verschrikkelijk in de bonen zijn geweest toen ik dit stukje deze verkeerde titel gaf:
Als kind verzamelde ik al foto's en ansichtkaarten van Alpenbloemen, kleefde die in een schriftje, en schreef daar naam en een stukje beschrijving bij. Ik had zo ook een ansicht met een Stengelloze Sleutelbloem (Primula vulgaris), die op de achterzijde als 'Auricula acaulis' werd benoemd. Omdat ik dat schriftje in een nostalgische bui nog wel eens doorblader, is dat 'Auricula' in mijn hoofd blijven hangen, en ben ik op één of andere manier in een foutieve associatiereeks terecht gekomen.

Bij deze ga ik mijn stukje dus snel corrigeren...