De Kruidenklets is verhuisd!

Pas enkele maanden geleden ging mijn blog hier van start als een proefprojectje.
Vanaf 9 mei 2007 is AnneTannes Kruidenklets nu terug te vinden op haar definitieve stek, als onderdeel van AnneTannes Kruidenmand.
Ik verwelkom je graag daar...

26 maart 2007

En weer Hondsdraf...

(mijn excuses voor de slechte bladschikking verderop in het artikel. Binnenkort verhuist deze blog naar een plekje binnen mijn eigen domein, met een volledig vernieuwde lay-out. In de tussentijd besteed ik even geen extra aandacht aan de stijl van deze blog... - een betere versie vind je in elk geval voorlopig hier al.

Een maand geleden schreef ik al een stukje over Hondsdraf, maar ik gaf toen al aan dat ik nog veel meer over dit plantje te vertellen had...
In 'Planten met een verhaal' van Tjeu Leenen vond ik, dat in sommige streken in Oost-Nederland de hondsdraf 'Oelkenblatties' wordt genoemd. Volgens de auteur verwijst Oelken naar een aardgeest, en hij legt een verband met de Duitse volksnaam 'Gundermann'. Gund legde ik in het vorige stukje al uit, het 'mann' zou ook naar (goedaardige) aardgeesten, aardmannetjes. Die aardmannetjes haalden hun krachten uit de energie die was opgeslagen in planten die in de buurt van menselijke bewoning groeiden. Deze verklaringen vind ik voorlopig nergens bevestigd, en ik geef ze dus voor wat ze waard zijn.

Nog in Duitsland was hondsdraf traditioneel één van de kruiden die gebruikt werden voor de 'Gründonnerstagsuppe', een soep die traditioneel werd gegeten op Witte Donderdag (de donderdag voor Pasen, in het Duits 'Grüner Donnerstag'). Dit gebruik zou al uit de Germaanse tijden stammen, en - zoals wel meer gebruiken uit die tijd - wegens zijn onuitroeibaarheid tenslotte gekerstend zijn.
In de christelijke traditie verwees vervolgens de lichtbittere smaak van de soep naar de bitterheid van het lijden van Christus in de Goede Week (de week voor Pasen).
Helemaal dood is die traditie trouwens nog niet. Al googlend op 'Gründonnerstagsuppe' vond ik verschillende verenigingen en organisaties die in de Goede Week gezamelijk zo'n soep bereiden, al dan niet voorafgegaan door een kruidenwandeling in groep om de kruiden te verzamelen.
De Gründonnerstagsuppe was een kruidensoep op basis van negen (een magisch getal) verschillende voorjaarskruiden. Het staat niet precies vast welke kruiden je moet gebruiken, laat dat gewoon afhangen van wat er in je buurt groeit, maar vrijwel alle recepten vermelden hondsdraf. Op de website 'Pflanzen zeigen Wirkung' staan verschillende suggesties, maar voor wie het Duits onvoldoende machtig is vertaal ik er hier één.

Eenvoudige witte-donderdagsoep



  • volkorenmeel

  • een mengeling van volgende kruiden: paardenbloemblad, vogelmuur, brandnetel, zevenblad, hondsdraf, duizendblad, weegbree, loof van knoflook of daslook, madeliefjes-bloemetjes


Roer per persoon één eetlepel volkorenmeel met wat water glad. Voeg per persoon een kop water toe en breng aan de kook. Laat de gewassen en fijngesneden kruiden vijf minuten meekoken. Breng op smaak met peper en zout indien gewenst, en voeg eventueel een klontje boter toe.

Witte-donderdagsoep voor fijnproevers



  • Een kom met (negen verschillende) verse kruiden, bijvoorbeeld brandneteltoppen, hondsdraf, peterselie, (Roomse) kervel, duizendblad, waterkers, rapunzel, madeliefjes, paardenbloemblad, zuring, weegbree...

  • 1 ui

  • boter

  • 1 liter groente- of vleesbouillon

  • 2 eidooiers, door 1/8 liter room geklopt

  • 2 eiwitten


De fijngehakte ui samen met de groenten in de boter fruiten tot de groenten slinken. De hete bouillon toevoegen en een kwartiertje laten sudderen. De soep dan mixen en/of door een roerzeef wrijven.
Opnieuw terug kort verhitten, en met peper en zout op smaak brengen. Van het vuur nemen en de eierroom toevoegen.
De soep garneren met het eiwit dat kort geroerbakt is, en met wat achtergehouden en fijngesnipperde kruiden, eventueel wat madeliefjes.

Hildegard von Bingen beschreef reeds de kracht die in het voorjaar alles weer groen doet worden:
Kein Baum grünt ohne Kraft zum Grünen.
Kein Stein entbehrt der grünen Feuchtigkeit.
Kein Geschöpf is ohne diese besondere Eigenkraft:
die lebendige Ewigkeit selbst ist nicht ohne Kraft zum Grünen.

Volgende week is het Witte Donderdag... Ik zou voorstellen: maak in deze periode inderdaad eens een keer een kruidensoepje klaar, en ervaar de door Hildegard von Bingen beschreven 'Kraft zum Grünen'
Smakelijk!

1 opmerking:

Rob van der Hoeden zei

De gegeven recepten doen denken aan de "kruudmoes", ook een voorjaarssoep.

Uit een oud krantenknipsel (1987), gevonden in het boek De volksnamen van onze planten van H. Uittien, dat ik maandag jl. vond bij De Slegte in Utrecht (de volledige tekst van Uittiens boekje staat trouwens op Plantaardigheden, leuke stukje sover volksnamen van planten):

Over het gebruik van kruudmoes zijn we bijzonder goed ingelicht door een enquête die de bioloog Dr. H. Uittien (1898-1944) via "De Levende Natuur" heeft gehouden. Daarbij bleek dat het gerecht werd gegeten in een gebied [in Nederland] dat in het noorden begrensd was door de kuststrook van Genemuiden tot Nijkerk, waarna deze omgrenzing een grote boog zuidwaarts maakte via Amersfoort, Ede, Voorst, Bathmen, Hellendoorn en Hasselt, om bij Zwartsluis uit te komen. Ook buiten dit rayon was kruudmoes hier en daar bekend, o.a. in Groningen en Noord-Duitsland, soms wat anders samengesteld.

In wezen was het echte boerenkost. De recepten noemden een groot aantal bestanddelen, veelal van eigen erf. In die tijd was het gemengde bedrijf op de arme zandgronden bedrijfseconomisch gezien in sterke mate een "gesloten huishouding"; men consumeerde en gebruikte zoveel mogelijk voortbrengselen van eigen bodem en de geldcirculatie was daardoor relatief gering.

De gemiddelde samenstelling van kruudmoes was ongeveer als volgt: gort (in het Saksisch pellegarstel) samen met gerookte worst of spek, bladen van snijbiet of melde goed gaarkoken. Dan toevoegen: bruine bonen, gehakte bladen van roomse kervel, diverse wilde muntsoorten (Saksisch: broene bèrend), venkel, bieslook, tuinzuring, peterselie, zevenblad, zwarte bessenbladeren, brandnetels e.d. en het geheel nog even laten doorkoken. Deze ratjetoe werd lauw of koud met wat stroop of suiker als hoofdgerecht gegeten.

's Zondags nam men in plaats van bruine bonen soms een een speciaal soort grote rozijnen, maar dat was "luxe". Vooral in drukke tijden at men het veel.

Mellie Uyldert heeft ook wel over kruudmoes gehad. Zij dacht dan meer aan een voorjaars-reinigingssoep, waarin de lentekruiden zijn verwerkt: vooral brandnetel, weegbree, duizendblad, hondsdraf e.d. De hierboven beschreven kruudmoes werd gedurende het hele groeiseizoen gegeten. In de Twellose Klompenweek, een soort braderie, was er op 10 september [we spreken nu over 1980] zelfs een kruudmoeswedstrijd.

De meningen over de smaak van dit soepje lopen nogal uiteen: van heerlijk tot verschrikkelijk.