De Kruidenklets is verhuisd!

Pas enkele maanden geleden ging mijn blog hier van start als een proefprojectje.
Vanaf 9 mei 2007 is AnneTannes Kruidenklets nu terug te vinden op haar definitieve stek, als onderdeel van AnneTannes Kruidenmand.
Ik verwelkom je graag daar...

7 mei 2007

Zaaier

Arnica montana

met zaaizak en zaaiviool
loop ik luidop sprekend door de lente
de barmhartige regen tegemoet
en in de suizende westenwind
fluistert de levensgeest
die de hele winter lang
boven het haardvuur prijkte

tot wortels hun greep
in de aarde hebben gezet
zullen fraai hertshooi en wolverlei
het valkruid van weleer
dat ooit eens in de Kempen groeide
weer tot kiemen komen in mijn tuin

zodra de wachtende maan
voorbij de nieuwe zal staan
en de opbouw
aan de vruchtbaarheid zal sluiten

(Uit: Weldadige Regen - Achilles Cools)

Achilles Cools is een beeldend kunstenaar / dichter / natuurliefhebber / kauwenvriend uit de Kempen. Zijn tuin van meerdere hectaren groot in een bosrijk gehucht in Geel is een heemtuin in de ware zin van het woord: geen verzameling wilde inheemse planten die willekeurig bij elkaar zijn geplant, maar een geheel van unieke Kempense biotopen, elk met hun eigen flora. Je vind er struwelen, hooilandjes, moerassen en vennen...
Ik heb niet de illusie dat mijn tuin ooit maar die van Achilles Cools kan benaderen, maar hij is in die zin wel een voorbeeld voor mij, dat ik ook tracht om de natuur te begeleiden, maar niet te dwingen, om inheemse planten een vrijplaats te geven, om een toevluchtsoord te creëren voor dat beetje natuur dat ons nog rest...

6 mei 2007

Wachtend op de regen...


koekoeksspog op veldzuring
Originally uploaded by AnneTanne.
(…)

En wie nu niet uitsterft
Heeft diepe wortels in de tijd
Zoals de paardenstaarten de hondsnetels
De duivekervel het dubbelloof
Het dubbelmonstrum mens

(…)

En wie nu niet uitsterft
Vecht tegen de gruwelijke sappen der verwildering
Walgend van koekoeksspeeksel
Wachtend op de regen
En de kortstondige gelukzaligheid van eiken
Die met gesloten ogen drinken.

(Uit: Kempense Lentezangen II - Robin Hannelore)

Robin Hannelore en Achilles Cools zijn dichtende natuurliefhebbers/natuurminnende kunstenaars uit de Kempen.
In hun poëzie komt vaak de pijn naar voor om de teloorgang van veel natuur in ‘mijn’ Kempen…
Het bovenstaande fragment uit een gedicht in ‘De Kempense zwanezang’ van Robin Hannelore voelde ik de huidige droogteperiode weerspiegeld, en voel ik de angst van ‘wat hebben we onze aarde aangedaan…’

5 mei 2007

Belofte maakt schuld... Medicinaal gebruik van het herderstasje.

Tja, een beetje later dan gepland…
Ik heb nog steeds behoefte aan een agenda van elastiek, je weet wel, zo één waar je activiteiten aan kan blijven toevoegen, zonder dat je het te druk krijgt…

Maar ik ging het toch over het Herderstasje hebben?
Ik vertelde in mijn verhaaltje over de naamgeving al, dat het herderstasje in het verleden ook wel bloedkruid werd genoemd, omwille van zijn samentrekkende eigenschappen en het daaruit volgende gebruik bij bloedingen. En ook tegenwoordig wordt het herderstasje vooral gebruikt bij bloedingen. Het kruid wordt onder andere toegepast bij inwendige bloedingen zoals menoragghieën (overvloedig menstrueel bloedverlies) en metroragghieën (baarmoederbloeding die geen verband heeft met de menstruele cyclus), maar ook bij uitwendige bloedingen zoals een bloedneus of bloedend tandvlees. En in het verleden was het vertrouwen in de bloedstelpende kwaliteiten van het herderstasje wel heel groot. Men geloofde dat een bloeding uit het rechterneusgat gestopt kon worden door een herderstasjes-plant in de linkerhand te houden en omgekeerd.
Daarnaast heeft het herderstasje net zoals bijvoorbeeld meidoorn een regulerend effect op de bloeddruk: het verlaagt een te hoge, en verhoogt een te lage bloeddruk. (Maar gebruik het kruid bij de behandeling van bloeddrukproblemen enkel onder dokterstoezicht!) Ook stimuleert het de bloedsomloop, en kan daarom een toepassing krijgen bij spataderen en zware benen als gevolg daarvan.
Het herderstasje is vochtafdrijvend, en een urinair antisepticum, maar dit zijn zeker geen belangrijke indicaties van het kruidje.

Er zijn weinig bijwerkingen of contra-indicaties bekend voor het herderstasje, maar het gebruik wordt ontraden tijdens de zwangerschap omdat het eventueel contracties kan opwekken. (Na de bevalling kan het dan wel weer nuttig zijn, bv bij post-partum bloedingen.)
Net zoals bij veel andere kruiden is wel enige voorzichtigheid geboden bij de combinatie met bepaalde geneesmiddelen. Zeker wanneer je medicijnen gebruikt tegen hartritmestoornissen, bepaalde plaspillen, digitalis-preparaten en theophylline (gebruikt bij asthma) moet je met je arts overleggen. Theoretisch kan er ook interactie zijn tussen herderstasje en medicijnen gebruikt bij de behandeling van lage bloeddruk, of bij MAO-remmers (een bepaald soort, relatief weinig gebruikte anti-depressiva. Als je deze antidepressiva gebruikt zal je steeds gewaarschuwd worden dat je geen voedsel mag gebruiken dat tyramine bevat, zoals noten en oude kaas. Ook herderstasje bevat een beetje tyramine, maar die hoeveelheid zal over het algemeen verwaarloosbaar zijn.)
Ik wil met deze laatste toevoeging, over problemen bij het combineren van kruiden met geneesmiddelen, geen paniek zaaien, maar er wel even op wijzen dat wanneer kruiden gebruikt worden omwille van hun medicinale werking (en je dus over het algemeen dagen lang hetzelfde kruid gebruikt), je er toch rekening mee moet houden dat je niet altijd straffeloos kruidengeneesmiddelen en andere geneesmiddelen door elkaar mag gebruiken. ‘Natuurlijk’ betekent niet perse onschadelijk.
Vooral mensen die bloedverdunnend middelen gebruiken moet zich goed realiseren dat veel kruiden (niet het herderstasje) niet goed samengaan met die medicijnen, en dat ze als ze kruiden toevoegen aan hun bloedverdunners, ze hun arts daarvan op de hoogte moeten brengen en eventueel hun bloedstolling extra moeten laten controleren!

3 mei 2007

Bezoek van de spinselmot...


Ja, ik ben nog niet helemaal klaar met het aanpassen van de site, maar kan het bloggen niet laten...

Even iets dat echt niks met kruiden en planten te maken heeft, maar dat soms bij tuinierende en natuurminnende mensen in deze tijd van het jaar wat onrust veroorzaakt. Soms merk je plots in je tuin of in een natuurgebied stuiken op die geheel of gedeeltelijk ingesponnen zijn. Soms is de 'aantasting' zo erg dat een struik op een nacht tijd in een wazig spook lijkt te zijn veranderd. Vooral de kardinaalsmuts is hiervoor een gewillige kandidaat.



De 'schuldige' hieraan is, met een geleerd woord, de Hyponomeuta padellus, de spinselmot of stippelmot. En ik weet het, het is best even schrikken als je een struik plots helemaal ingesponnen en kaalgevreten ziet worden. Maar eigenlijk is er geen reden tot paniek... Inderdaad, de rupsjes (klik eventueel even op de foto om ze beter te zien) eten een struik soms helemaal kaal, maar na een week of zo zijn ze alweer verdwenen en de struik herstelt zich in minder dan geen tijd. Er is dus geen enkele reden om naar de gifspuit te grijpen.



In één van de kardinaalsmutsen in mijn tuin zitten vrijwel elk jaar een paar spinsels (een volledig ingesponnen boom heb ik hier nog niet gezien, maar op weg naar mijn werk is er een gebiedje waar ik dat wel eens zie gebeuren). Ik laat ze begaan, en de talrijke vogels in mijn tuin zijn er blij mee.

In sommige gemeenten worden deze nesten te vuur en te zwaard bestreden, wellicht door een groendienst die het onderscheid met eikenprocessierupsen niet kan of durft maken, maar eigenlijk is het nauwelijks zinvol... Eéns de spinsels in de boom zitten, is het 'esthetische kwaad' toch al geschied (al moet ik dus toegeven dat ik het wel iets vind hebben hoor, een volledig ingesponnen struik in een bos of heidegebied... ga je je weer afvragen of witte wieven ook niet daarmee kunnen te maken hebben), en de struik herstelt zich na een gifsproeibeurt echt niet sneller dan zonder...



Weet je, als iemand na vandaag even met interesse een spinselmottennest van dichtbij gaat bekijken, dan vind ik dat mijn 'missie' alweer geslaagd is....


25 april 2007

Even geduld...

Nee, ik ben het bloggen echt nog niet beu...
Maar ik doe het even wat rustiger aan (nu ja, rustiger...). Ik heb mezelf min-of-meer een deadline gesteld: Per 1 mei wil ik klaar zijn met het overzetten van het inhoudelijke deel van de website naar de nieuwe server/layout. Maar daar kruipt dus wel wat werk in, en bovendien vraagt het schrijven van een blogje - als ik me tenminste enigszins wil documenteren - toch ook al snel ruim een uur.
Even uitstel dus, maar wees gerust, van uitstel komt geen afstel...

Tot volgende week (met dan hier de link naar de nieuwe locatie van de blog).

18 april 2007

Herderstasje - naamgeving


Maandag kondigde ik al aan dat ik wat meer zou vertellen over de etymologie van het herderstasje. Maar moet ik eigenlijk nog iets vertellen over de herkomst van de naam van dat woord? Het is zo’n algemeen bekend verhaal: De driehoekige hauwtjes van het plantje lijken heel erg op de tas waarin een herder zijn spulletjes met zich meedroeg. En die tas lijkt wel een heel erg universeel model te zijn geweest, want naast het Nederlandse herderstasje en het Engelse Shepherd’s purse, zijn er het Duitse Hirtentäschelkraut en het Franse capselle bourse-à-pasteur of gewoon bourse-à-pasteur. En inderdaad, ook het ‘bursa-pastoris’ in de botanische naam is letterlijk ‘tas van de herder’. In ‘Capsella’ herken je ‘capsule’, en inderdaad betekent het iets als omhulseltje, doosje.

Ook een heleboel andere volksnamen verwijzen naar de vorm van de hauwtjes: beursjeskruid, tasjes, tasjeskruid, taskruid, tassen…. elders is het moederstasje of zakjesbloem. Dodoens kent het plantje als Teskenscruyt en Borsekenscruyt (beursjeskruid).
In de Middeleeuwen zou het kruid hier ook bekend geweest zijn als Bloedkruid, omwille van de samentrekkende eigenschappen van de plant (daarover volgende keer meer). Die naam vind je ook terug bij Hildegard von Bingen, die het ‘Blutwurz’ noemt.
In heel wat streken bestaan volksnamen die verwijzen naar de ‘lepeltjes’vorm van de hauwtjes (is het overdreven romantisch als ik er veel liever een herderstas in zie?), zoals lepelaar, lepelblad, lepeltjeskruid… Ook wordt wel eens gesproken van lepels-en-vorken (waarbij de lange vruchtentros de vork zou voorstellen).

Engelse volksnamen zijn onder meer shovelweed, Lady’s purse, witches pouches, pickpocket, mother’s heart, case weed, St James’ wort, rattle pouches, pepper-and-salt, clappedepouch, pickpurse, poor-man’s permecetty, toywort, shepherd’s sprout…
Een beetje uitleg bij een paar van die namen…
Ik vermoed dat ‘pepper-and-salt’ verwijst naar het gebruik van het gemalen zaad als condiment (zie ook mijn vorige post over herderstasje).
Clappedepouch is een Ierse, rattle pouch een Engelse benaming, die verwijzen naar enerzijds de ratel (clapper, rattle), anderzijds de op een lange stok bevestigde bedelnap (pouch) die bedelaars bij zich hadden.
Het Engelse pickpocket/pickpurse (zakkenroller), het Duitse Beutelschnittler (beurzensnijder) en het Friese Sekkedief zouden slaan op het feit dat het een akkeronkruid is dat (dus) de boer besteelt.
Poor man’s permecetty (of pharmacetty), armeluisapotheek, wijst natuurlijk op het medicinaal gebruik….
Er bestaan/bestonden in onze contreien heel wat kinderspelletjes (vooral plaagspelletjes - hé, dat is ook een idee voor een blogje…) met herderstasje. Allicht bestonden die elders ook, en het Engelse toywort getuigt daarvan.

Tot kletsens…

15 april 2007

Capsella bursa-pastoris - Herderstasje


Deze week wil ik wat over het herderstasje vertellen.
De naamgeving en de medicinale werking komen later in de week aan bod, vandaag wil ik iets vertellen wat maar weinig bekend is.
Dat onschuldige kleine plantje, dat de meesten van ons al kennen van in onze kinderjaren, dat plantje... is een vleeseter!
Nee, geen veelvraat zoals de zonnedauw, die mugjes en kleine vliegjes verorbert, maar letterlijk ondergronds...
Op welk punt in de evolutie het gebeurt is, is niet bekend. Wellicht dat door een of andere oorzaak de bodem waarop de voorvaderen van het plantje groeide snel in voedselrijkdom achteruitging, wellicht door kaalslag na een doortocht van plantenverslindende dinosaurussen en daaropvolgende erosie... En toen was er die ene stap in de evolutie... een gelukkige mutatie, die voortaan de kiemende zaadjes voorziet van wat meer voedsel:
De zaadjes van het herderstasje scheiden in de bodem een kleverige zoete substantie af, die micro-organismen die in de grond aanwezig zijn lokken. Die worden gevangen in de substantie en sterven er, waarna de inhoudsstoffen door de kiemende zaden worden opgenomen en de plant tot ontwikkeling komt.

Herderstasje is, zoals alle leden van de familie van de kruisbloemigen, een eetbare plant, maar echt smakelijk durf ik het niet noemen. Toch wordt het al heel lang beschreven als een kruid dat aan groentenbouillons kan worden toegevoegd, en dat, net zoals bv paardenbloemblad, aan voorjaarsslaatjes kan worden toegevoegd. Ik vond zelfs een boek, waarin de gedroogde en gemalen zaadjes (één plant produceert er tot 40.000!) als kruiderij beschrijft. Ik moet toegeven dat ik dit zelf nog niet heb uitgeprobeerd.

Overigens, in mijn tuin groeit erg weinig herderstasje... Vorig jaar heb ik er een keer lang naar gezocht, en uiteindelijk een paar plantjes gevonden. Dit jaar schoot er dus wel een plantje op (zie foto) in een voeg tussen een paar kasseien. Wellicht dat mijn tuin over het algemeen te 'begroeid' is om het een aantrekkelijk biotoop voor het plantje te maken. Net zoals alle éénjarigen heeft het toch liefst even wat kale grond om te kunnen ontkiemen....

14 april 2007

Bosaardbeitjes!




Fragaria vesca - bosaardbei
Originally uploaded by AnneTanne.


Jawel hoor... de eerste bosaardbeitjes in de tuin bloeien al (net zoals trouwens de eerste meidoornbloemetjes!).

Ik denk dat iedereen het met me eens durft zijn, dat die bosaardbeitjes toch eigenlijk veel meer smaak hebben dan hun reusachtige soortgenoten uit de supermarkt (vooral als die - allicht nog niet helemaal rijp - ergens ver weg geplukt zijn en hier zijn ingevoerd in een seizoen dat je helemaal geen aardbeien hoort te eten.)

Bosaardbeitjes zijn trouwens ook rijker aan vit. C dan 'gewone' aardbeien, tot 100 mg per 100 g vruchtvlees, tegenover maar een derde daarvan in de grotere. Daarnaast zijn aardbeien rijk aan mineralen, vooral ijzer, calcium, fosfor, kalium en jodium, en nog wat vitamine B en K.

Ik zou het heel plezierig vinden, als er een boel te vertellen zou zijn over de geneeskrachtige eigenschappen van het aardbeitje, maar eigenlijk speelt het zelden een hele prominente rol, het blijft bescheiden aanwezig...



Eén van de inhoudstoffen van aardbeiblad is looizuur, en het kruid wordt dan ook wel eens toegepast in infusie bij diarree en andere maag-darmproblemen. Ook in 'vrouwenthee's' wordt het kruid wel eens toegepast. Maar eigenlijk is de medicinala werking van aardbeiblad weinig onderbouwd, en daarom zou ik suggereren om het niet als belangrijkste kruid in een infusie toe te passen, maar vooral als een 'extraatje', dat een goede smaak aan het drankje kan geven, en wellicht de werking van de overige kruiden nog wat verder ondersteund.

Cosmetisch kan de thee van het jonge blad gebruikt worden als een reinigingslotion, vooral voor de wat vettere huid.



Regelmatig vind ik de suggestie (zoals ook soms ook voor frambozenblad) om de blaadjes te laten gisten vooraleer ze als thee te gebruiken. Daarvoor laat je de jonge blaadjes na het plukken eerst wat verwelken, waarna je ze met een deegrol kneust. Ze worden dan stevig in een theedoek gerolt en 36 uur met rust gelaten. Het blad wordt dan donkerder en ontwikkelt een veel intenser aroma. Ik zou het leuk vinden om te horen of iemand hier al ervaring mee heeft?

Ik ga morgen in elk geval wat blaadjes plukken, en probeer het dan even uit.

11 april 2007

Mijn bloemenweitje


Mijn bloemenweitje
Originally uploaded by AnneTanne.
Gisteren had ik het met een collega over het werk in een tuin. Hij had een tuin van 400 m2, en de ervaring dat het werk daarin nooit ophoudt. Mijn tuin is 4000 m2, althans het deel dat al min of meer vorm heeft gekregen….
Tja, en als je dan een bijna full-time baan hebt, en je nog tijd wil overhouden voor andere hobby’s, dan mag je niet uitgaan van het ideaalbeeld van een keurig gemanicuurde tuin, met een biljartlakengroen gazonnetje en borders zonder één ‘on’kruidje (los nog van het feit dat zo’n tuin gewoon niet bij mij past….)
We hebben dan ook een tuin die weliswaar behoorlijk wat werk vraagt, maar in verhouding tot zijn oppervlakte toch eerder weinig arbeidsintensief is. Maar wat belangrijker is: onze tuin lééft, en we proberen hem als een levend wezen te benaderen, de natuur in de tuin te begeleiden, maar niet te dwingen….

Onze voortuin is zo’n 300 m2, en heeft een gekke driehoeksvorm met een punt (een topje van een paar meter breed eigenlijk) aan de straatzijde. Toen we het huis kochten stond er in de voortuin ongeveer niets, het was een koeienweide, die verder doorliep naast en achter het huis. Nu wordt de voortuin aan alle kanten omringd door een geschoren haag, deels haagbeuk, deels meidoorn. In de buurt van het huis een paar borders, die door een groepje struiken worden afgescheiden van de rest van de voortuin, een bloemenweitje.
Die bloemenweide is letterlijk ontstaan uit de oorspronkelijke weide, we hebben de bodem niet eerst bewerkt, gefreesd, afgeplagd… daarvoor ontbrak ons immers in die eerste jaren van verbouwingen de tijd. In de loop van de tijd hebben we er flink wat botanische bolgewassen geplant, en er zaad uitgestrooid van wat voor wilde planten we ook maar voorhanden hadden…. En intussen begint de gulden sleutelbloem duidelijk ingeburgerd te raken. De oorspronkelijke gasten, paardenbloem, ridderzuring en kruipende boterbloem lijken wat in aantal terug te lopen, en gisteren ontdekte ik op een molshoop iets wat verdacht veel lijkt op een zaailing van de ene beemdooievaarsbek die er tot nu toe stond.
De kievitsbloemen beginnen nu ook te bloeien, en lijken iets overvloediger dan vorige jaren. Distels zijn door niet meer dan twee keer per jaar maaien helemaal verdwenen, en alleen hier en daar staat nog een sporadische brandnetel.
Ook duizendblad lijkt wat terug te lopen, maar de grassen lijken meer divers dan vorige jaren.
We maaien de weide een keer in juni, en nog een keer in september oktober. Hoewel we op zandgrond wonen zijn voorlopig echt twee maaibeurten nodig: naast ons huis staat een grote zomereik, waarschijnlijk minimaal zo’n 200 j oud, en die laat dus flink wat blad vallen in de weide, en doordat het inderdaad een weide, en geen glad gazonnetje is, zelfs niet na een maaibeurt, lukt het eigenlijk nauwelijks om het blad echt weg te harken. Dat verteert dus ter plekke, en verrijkt de bodem, met daardoor veel kansen voor snelgroeiende grassen. We merken dan ook dat de bloemenweide in de voortuin veel trager verschraalt dan die in de achtertuin, die minder blad vangt…
En voor een rijke flora heb je een arme bodem nodig: Als je een rijke bodem hebt, nemen de sterke groeiers (brandnetel, kleefkruid…) hun kansen heel snel te baat om de andere planten uit het licht te zetten, en je krijgt al snel een vrij eenzijdige begroeiing. Maar op een arme bodem vinden die sterke groeiers niet genoeg voedsel om uit te groeien, en krijgen daardoor ook de meer bescheiden planten de kans…
Ik geniet van mijn tuin… ik vind het heerlijk om er in rond te snuffelen, en telkens weer voor verrassingen te staan: een plantje dat - waar vandaan? - in onze tuin een heenkomen heeft gezocht, een plantje dat ik op één plek gekoesterd heb, en nu plots ook elders opduikt, de vogels, vlinders, hommels en bijen die altijd voor beweging zorgen, padden en kikkers die we plots ontmoeten…
Ik kan na een zware dag op mijn werk soms gewoon de tuin in lopen en even rondneuzen tussen al die plantjes en groeisels… en de stress trekt al snel weer uit mijn lijf…

Nee, ik heb geen ‘mooie’ tuin, maar ik houd van mijn tuin, en voor mij heeft mijn tuin een onvergelijkbare sfeer…

6 april 2007

Echinacea purpurea en immuniteitsproblemen


Echinacea purpurea
Originally uploaded by zeitspuren.
(Ik pronk weer met geleende veren: de foto van vandaag is van 'Zeitspuren', en is gepubliceerd onder een Creative Commons Licentie)

Vandaag werd ik er door iemand op attent gemaakt dat in mijn artikel over Echinacea purpurea in de Kruidenmand, ik met geen woord rep over de risico's van dit kruid bij auto-immuunziekten en andere immuniteitsproblemen.
Die opmerking is inderdaad volkomen terecht, en daarom maak ik het hier alvast even goed. (Op de site wordt de tekst ook aangepast, maar ik ben - zoals is al eerder vertelde - achter de schermen met een grondige restyling en hier en daar ook tekstuele herwerking bezig, en het zal daardoor even duren voor de wijzigingen zichtbaar worden...)

Hoewel Echinacea gewoonlijk beschouwd wordt als een veilig kruid, is voorzichtigheid echt wel geboden in een aantal omstandigheden waarin de immuniteit onderdrukt of anderszins aangetast is.
Enerzijds kan je hierbij denken aan patiënten wier immuniteit 'kunstmatig' onderdrukt wordt, bijvoorbeeld na een transplantatie.
Anderzijds gaat het om mensen die een auto-immuunziekte hebben, zoals bijvoorbeeld Lupus ... Maar ook sommige schildklieraandoeningen (ziekte van Hashimoto) kunnen een auto-immuuncomponent hebben.
Geert Verhelst noemt als verdere contra-indicaties ook andere evolutieve systemische aandoeningen zoals bv Multiple Sclerose, en ziekten als tuberculose, leukose, kanker en leukemie, AIDS/HIV, en nieraandoeningen

Paul Bergner, een bekend kruidendeskundige, komt in een artikel 'Cautions with echinacea in auto immune disease?' terug op zijn eigen bewering van een half jaar eerder. Hij had toen in een boek over de geneeskracht van Echinacea en Canadese geelwortel (Goldenseal - Hydrastis canadensis) gezegd dat hij na grondig onderzoek tot de conclusie was gekomen dat Echinacea echt niet zo gecontra-indiceerd was bij auto-immuunaandoeningen. Een half jaar later schrijft hij (mijn vertaling): "De beste clinici zijn steeds bereid om hun woorden, of hun vroegere overtuigingen, in te slikken als de reële ervaring met patiënten die tegenspreekt en een patiënt erdoor benadeeld wordt, en dat moet ik nu dus ook doen."
Binnen twee maanden na de publicatie van dit boek werd de man geconfronteerd met twee patiënten wiens auto-immuunziekte duidelijk verergerde na het starten van Echinacea, en met een derde wiens ziekte extreem opflakkerde binnen de 24 uur na het starten van een behandeling met het kruid.

Opnieuw blijkt hiermee, dat kruiden krachtige middelen kunnen zijn, en dat 'het is natuurlijk' daarom niet betekent 'het is onschadelijk'...
Maar, ondanks het bovenstaande, blijft gelden, dat Echinacea over het algemeen een kruid is dat voor heel veel mensen zinnig is als een 'boost' voor het immuunsysteem...

Maar precies mensen die problemen hebben met hun immuunsysteem, moeten zich dus vooraf grondig informeren.

Als je kruiden gebruikt als geneesmiddelen, ga er dan ook mee om als met geneesmiddelen. Als een arts je vraagt, of je nog andere medicijnen gebruikt dan wat hij/zij je voorschrijft, noem dan ook de kruiden die je gebruikt.... (OK, ik weet het, veel artsen zijn niet echt op de hoogte van de eventuele werking/bijwerkingen/interacties van kruiden, maar er zijn er wellicht meer dan je denkt die er wel - minstens een klein beetje - over weten... en ze zitten vaak dichter bij de bronnen om er iets over te kunnen opzoeken...)

2 april 2007

Een kruidentuintje

Een hele tijd geleden had ik het er over dat een vriendin me had gevraagd voor haar een kruidentuintje aan te leggen.
De plek die ze ervoor bestemd heeft, is een oude gemetselde 'koude bak' die tegen een muur aanligt. Het deel van de tuin waar de bak ligt, heeft 'binnenplaats-achtige allures, want is aan vrijwel alle zijden ingesloten, meestal door muren. Tesamen met het feit dat de bak wat verhoogd is ten opzichte van de rest van de tuin (en daardoor snel een tikkeltje droger zal zijn), maakt dit het kruidentuintje vooral geschikt voor een meer meditterane plantengroei: de bak ligt - zoals een goeie koude bak betaamd - georiënteerd op het zuiden, en de muur aan de noordkant zal de zonnewarmte nog eens extra reflecteren. Ook de ingesloten ligging beschermd de planten tegen koude winden, en zal ook het risico op vorstschade wat beperken.
Ten westen van de bak staat een grote buxusstruik, van ruim een meter doorsnede en anderhalve meter hoogte. Hierdoor ligt het linkergedeelte van de kruidentuin al kort na de middag in de schaduw, en daar komen dan planten die schaduw verlangen of minstens tolereren, en - net zoals de mediterrane planten die in de rechterhelft van de bak komen - toch ook weer niet al te hoge eisen stellen aan de voedingswaarde van de bodem. (Nu is een te rijke bodem in mijn regio niet snel een probleem: we wonen hier in de 'onvruchtbare' want zanderige Kempen.)

Het tuintje wordt mijn vriendins eerste kruidentuin, en dan raadt ik aan in de eerste plaats te opteren voor culinaire kruiden. Die kan je immers het vaakst en het meest direct gebruiken, en daar ben je gewoon al het best mee vertrouwd.
Kruiden die je dan kan kiezen zijn:
Roosmarijn Voor culinair gebruik is eigenlijk vrijwel elke cultivar geschikt (wrijf voor het aroma eerst even een paar naalden tussen je vingers fijn vooraleer te kopen... sommige cultivars ruiken harsachtiger dan andere). Houdt er wel rekening mee dat een roosmarijnstruik flink uit kan dijen: de mijne is door de jaren heen een meter hoog geworden, maar wel ruim een meter breed (doordat takken die de grond raken geworteld hebben, en de ene struik nu eigenlijk een reeks van een drietal struiken is geworden). Je kan de hoogte, maar vooral de breedte wel goed in toom houden door een drastische snoei (maar let op dat je nooit zoveel wegsnoeit, dat er aan een tak geen groene blaadjes meer zitten).
De kruipende vormen zijn erg mooi, dat moet ik toegeven, maar de kruipers onder de Roosmarijnen zijn minder winterhard, en durven wel eens het loodje leggen bij aanhoudende vorst (bij mij heeft nog geen enkele zijn eerste winter overleefd).
Tijm Als je moet woekeren met plaats, dan houd je het bij een struikje 'Thymus vulgaris', de echte tijm, die je als kleine bolvormige struikjes zelfs in de groentenafdeling van de supermarkt vindt. Heb je iets meer plaats, dan zou ik aanraden ook een citroengeurende tijm te planten, bijvoorbeeld Thymus x citriodorus. Is ruimte echt geen probleem, en ben je een beetje avontuurlijk aangelegd, plant dan bv ook een karweitijm (Thymus herba-barona).
Oregano De Wilde marjolein (Origanum vulgare) is wat scherper van smaak dan de echte marjolein (Origanum majorana), maar is betrouwbaarder winterhard, en daardoor voor een beginnende kruidentuinier een betere keuze...
Salie De meeste saliestruikjes die je in de kruidenafdeling van een tuincentrum vindt, zijn de breedbladige Salvia officinalis 'berggarten'. Hoewel die wat betrouwbaarder winterhard heet te zijn, dan de 'gewone' Salvia officinalis of de Salvia officinalis 'purpurascens groep' (paarsbladig), zou ik je eerder die twee laatsten aanraden: zelf heb ik in de koude Kempen nog maar zelden een Salvia door vorst verloren, en het feit dat de breedbladige 'Berggarten' nauwelijks tot bloeit komt vind ik een gemis, want Salie heeft zo'n mooie bloemen....

Niet meer mediterraan, maar ook de volgende kruiden mogen niet ontbreken in een kruidentuintje:
Bieslook, en als je er de plaats voor hebt eventueel ook chinees bieslook en knoflook.
Basilicum. Let hierbij op: we denken veel te snel dat Basilicum een mediterrane plant is, en 'dus' weinig water en veel zon nodig heeft. Maar het is in werkelijkheid een plantje uit subtropische streken. Daarom kwijnt het al weg als de temperatuur onder vijf graden daalt (wacht dus echt tot eind mei met het buiten zaaien of planten!), en bovendien heeft het echt wél behoefte aan regelmatig een flinke slok water, zonder dat het daarom continu natte voeten moet hebben.
Dragon. Proef hiervan een blaadje voor je hem koopt: In de handel vind je enerzijds de zeer aromatische Franse dragon, anderzijds de veel sterkere Russische dragon, die echter nauwelijks geur of smaak heeft. De Russische heeft als kruid nauwelijks waarde, de Franse is een tamelijk fragiel plantje, dat wellicht de winter niet overleefd... Het is dus, net als basilicum waarschijnlijk een kruid dat je elk jaar opnieuw zal aankopen...
Peterselie. Wordt best (tijdig) voorgezaaid. Peterselie kiemt erg traag, en vaak kiemt maar een deel van het zaad...
Peterselie is tweejarig, maar wordt vooral in het eerste jaar gebruikt.
Koriander Een erg kortlevende eenjarige plant.... Een maand of drie na de eerste zaai is de plant al uitgebloeid en heeft zaad gevormd. Om de hele zomer door het blad te kunnen gebruiken zaai je dus best om de twee tot vier weken....
Kervel Ik heb 'gewone' kervel in de groententuin, en roomse kervel, een vaste plant, in een schaduwborder. In een kruidentuin met voldoende schaduw is die Roomse kervel zeker ook op zijn plaats.
Lavas. Een plant die wel een wat rijkere bodem verlangt. Niet elke kruidentuin is er daarom geschikt voor, zelf heb ik de lavas in de groententuin staan, vlak bij de composthoop.

Het rijtje hierboven is natuurlijk niet volledig of beperkend: Kruiden die je niet lekker vind, die plant je niet, en planten die ik niet noem, maar voor jou onmisbaar zijn, die plant je wel aan...
In de komende weken/maanden vertel ik ook wat meer over hoe je langzaamaan meer medicinale kruiden aan je (kruiden)tuin kan toevoegen...

30 maart 2007

De kat in de kruidenborder...


Valeriana officinalis
Originally uploaded by Pethan.

Tijdens het mooie weer aan het begin van deze week heb ik een paar borders in de tuin behoorlijk onder handen genomen... En sinds die tijd zag ik onze kat - een langharige lapjeskat die officieel zou moeten luisteren naar de naam 'Vlekje', maar veel beter reageert op 'Poes', 'Poezewoes', 'Poezemienemuis' en 'Poezemienemuizemeiske' - zag ik onze kat dus al een paar keer verzaligd liggen kronkelen in die border, en haar rug liggen schurken aan...???
Inderdaad... je hebt het allicht al begrepen door het fotootje hiernaast (dit keer niet van mezelf, maar van Pethan, een andere Flickr-user). Door mijn exploten in de tuin was er een stukje valeriaanwortel bloot komen liggen, en - hoewel mensen die geur op zijn zachtst gezegd onaangenaam vinden - oefent die geur op veel katten een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit. Die aantrekkingskracht wordt vooral veroorzaakt door de aanwezigheid van Actinidine, een stof die ook voorkomt in wild kattenkruid (Nepeta cataria) en Actinidia kolomikta, een verwant van de kiwi. (Tja, ik moet dat stukje over kattenkruid op mijn site inderdaad nodig herschrijven: het dateert van voor de laatste spellinghervorming, en 'kattekruid' was toen nog correct. Je weet wel: tot een jaar of anderhalf (?) geleden, gold de regel van de tussen-n niet voor plantennamen, waarvan het eerste deel een dierennaam was, en het tweede deel direct naar een plant verwees... en toen had je de gekke situatie dat je 'kattekruid' en 'kattenstaart' had.)
Maar het ging over katten en (valeriaan)geurtjes:
Onze vorige kat, Karamel, had rond één van mijn valeriaanplanten een sikkelvormig gat uitgegraven. Daar lag hij dan regelmatig: met een voorpoot in elk van de punten van de sikkel, en zijn neus in de grond gedrukt in het diepste punt van het kuiltje. 'Karamel is weer aan het blowen' zegde we dan...
Mijn kattenkruidplanten zijn tot nu toe met rust gelaten. Ken je dat Engelse rijmpje:
Set it, they will get it,
Sow it, they won't know it

De achtergrond daarvan zou zijn, dat wanneer je kattenkruidplantjes zaait, naderhand de actinidinegeur nauwelijks merkbaar is, en katten dus je planten links laten liggen. Maar als je wat grotere plantjes plant, dan zijn de wortels onvermijdelijk wat gekneusd, is de geur veel beter merkbaar, en komen de katten van heinde en ver je tuintje met een bezoek vereren.... Ik heb mijn kattenkruid weliswaar niet gezaaid, maar de eerste tijd na het planten zeer 'cat-safe' beveiligd.
Andere soorten Nepeta, zoals de Nepeta faassenii die je in veel tuinen vind, hebben niet de geur en de aantrekkingskracht van het wilde kruid. Dat is minder opvallend dan de cultuurvormen, maar is - in tegenstelling tot valeriaanwortel - wel erg aangenaam van geur.
Waarmee ik weer terug bij mijn uitgangspunt, valeriaan terugkom. Ik had het een paar dagen geleden al over de onaangename geur van Valeriaanwortel die het kruid voor gebruik in aftreksels weinig aantrekkelijk maakt... De bloemen daarentegen vind ik wel heel erg fijn ruiken... eigenlijk zou ik eens moeten nazoeken of die ook een medicinale waarde hebben.... Ik houd jullie op de hoogte!

AnneTanne

28 maart 2007

Zomaar wat sprokkels...

Jammer, maar even echt geen inspiratie vandaag...
Gisteren maakte ik dit fotootje van een maarts viooltje. Ik heb die bloemetjes een paar jaar geleden in een border gezaaid, en kwam gisteren tot de ontdekking dat dit exemplaar zich een plekje 50 m verderop heeft uitgezocht. Dat gebeurde allicht niet helemaal op eigen kracht: het stond vlakbij een walletje plantenresten afkomstig van het wieden van de tuin, en is daar dus waarschijnlijk met meegekomen.
En toch vind ik het leuk, dat het zich in mijn tuin blijkbaar voldoende thuis voelt om een nieuw plekje in te palmen.

Ik heb wat rondgekeken in mijn boeken, maar heel veel van wat er over het maarts viooltje te vertellen valt, heb ik in de Kruidenmand al verteld... Maar ik blijf het schatten van plantjes vinden... Op het eerste gezicht nauwelijks opvallend en letterlijk laag-bij-de-gronds, maar als je ze goed gaat bekijken zitten er prachtexemplaren tussen.

Afgelopen zomer heb ik nog een soort gefotografeerd die hier in de buurt niet voorkomt: het duinviooltje (Viola curtisii). Een nog veel onopvallender, klein viooltje, waarvoor je letterlijk door de knieën moet om het op te merken. We zagen die dag ook de kleine parelmoervlinder rondvliegen, waarvoor dit plantje een waardplant is. Die parelmoervlinder bereikt in natuurreservaat 'de Westhoek' waar ik de foto maakte, trouwens zowat de noordrand van zijn verspreidingsgebied.
Het duurt nog een aantal maanden voor het zover is, maar wanneer je in de zomer aan de Belgische kust bent, vraag dan in het plaatselijke VVV eens naar het foldertje met de begeleide wandelingen georganiseerd door NatuurPunt. Je komt er op nauwelijks betreden plekjes in duinen en het onmiddelijke achterland, en doet er echt verrassende ontdekkingen. In 'De Westhoek' zie je als je op het goede ogenblik komt, ook mooie wilde orchideeën en duizendguldenkruid, een andere mooie beschermde plant.

Tot vrijdag!

26 maart 2007

En weer Hondsdraf...

(mijn excuses voor de slechte bladschikking verderop in het artikel. Binnenkort verhuist deze blog naar een plekje binnen mijn eigen domein, met een volledig vernieuwde lay-out. In de tussentijd besteed ik even geen extra aandacht aan de stijl van deze blog... - een betere versie vind je in elk geval voorlopig hier al.

Een maand geleden schreef ik al een stukje over Hondsdraf, maar ik gaf toen al aan dat ik nog veel meer over dit plantje te vertellen had...
In 'Planten met een verhaal' van Tjeu Leenen vond ik, dat in sommige streken in Oost-Nederland de hondsdraf 'Oelkenblatties' wordt genoemd. Volgens de auteur verwijst Oelken naar een aardgeest, en hij legt een verband met de Duitse volksnaam 'Gundermann'. Gund legde ik in het vorige stukje al uit, het 'mann' zou ook naar (goedaardige) aardgeesten, aardmannetjes. Die aardmannetjes haalden hun krachten uit de energie die was opgeslagen in planten die in de buurt van menselijke bewoning groeiden. Deze verklaringen vind ik voorlopig nergens bevestigd, en ik geef ze dus voor wat ze waard zijn.

Nog in Duitsland was hondsdraf traditioneel één van de kruiden die gebruikt werden voor de 'Gründonnerstagsuppe', een soep die traditioneel werd gegeten op Witte Donderdag (de donderdag voor Pasen, in het Duits 'Grüner Donnerstag'). Dit gebruik zou al uit de Germaanse tijden stammen, en - zoals wel meer gebruiken uit die tijd - wegens zijn onuitroeibaarheid tenslotte gekerstend zijn.
In de christelijke traditie verwees vervolgens de lichtbittere smaak van de soep naar de bitterheid van het lijden van Christus in de Goede Week (de week voor Pasen).
Helemaal dood is die traditie trouwens nog niet. Al googlend op 'Gründonnerstagsuppe' vond ik verschillende verenigingen en organisaties die in de Goede Week gezamelijk zo'n soep bereiden, al dan niet voorafgegaan door een kruidenwandeling in groep om de kruiden te verzamelen.
De Gründonnerstagsuppe was een kruidensoep op basis van negen (een magisch getal) verschillende voorjaarskruiden. Het staat niet precies vast welke kruiden je moet gebruiken, laat dat gewoon afhangen van wat er in je buurt groeit, maar vrijwel alle recepten vermelden hondsdraf. Op de website 'Pflanzen zeigen Wirkung' staan verschillende suggesties, maar voor wie het Duits onvoldoende machtig is vertaal ik er hier één.

Eenvoudige witte-donderdagsoep



  • volkorenmeel

  • een mengeling van volgende kruiden: paardenbloemblad, vogelmuur, brandnetel, zevenblad, hondsdraf, duizendblad, weegbree, loof van knoflook of daslook, madeliefjes-bloemetjes


Roer per persoon één eetlepel volkorenmeel met wat water glad. Voeg per persoon een kop water toe en breng aan de kook. Laat de gewassen en fijngesneden kruiden vijf minuten meekoken. Breng op smaak met peper en zout indien gewenst, en voeg eventueel een klontje boter toe.

Witte-donderdagsoep voor fijnproevers



  • Een kom met (negen verschillende) verse kruiden, bijvoorbeeld brandneteltoppen, hondsdraf, peterselie, (Roomse) kervel, duizendblad, waterkers, rapunzel, madeliefjes, paardenbloemblad, zuring, weegbree...

  • 1 ui

  • boter

  • 1 liter groente- of vleesbouillon

  • 2 eidooiers, door 1/8 liter room geklopt

  • 2 eiwitten


De fijngehakte ui samen met de groenten in de boter fruiten tot de groenten slinken. De hete bouillon toevoegen en een kwartiertje laten sudderen. De soep dan mixen en/of door een roerzeef wrijven.
Opnieuw terug kort verhitten, en met peper en zout op smaak brengen. Van het vuur nemen en de eierroom toevoegen.
De soep garneren met het eiwit dat kort geroerbakt is, en met wat achtergehouden en fijngesnipperde kruiden, eventueel wat madeliefjes.

Hildegard von Bingen beschreef reeds de kracht die in het voorjaar alles weer groen doet worden:
Kein Baum grünt ohne Kraft zum Grünen.
Kein Stein entbehrt der grünen Feuchtigkeit.
Kein Geschöpf is ohne diese besondere Eigenkraft:
die lebendige Ewigkeit selbst ist nicht ohne Kraft zum Grünen.

Volgende week is het Witte Donderdag... Ik zou voorstellen: maak in deze periode inderdaad eens een keer een kruidensoepje klaar, en ervaar de door Hildegard von Bingen beschreven 'Kraft zum Grünen'
Smakelijk!

24 maart 2007

Primula veris - gulden Sleutelbloem

Een paar dagen geleden vertelde ik al over de gulden sleutelbloem, maar vandaag toch maar weer een aanvulling. (Overigens, er stonden in dat vorige stukje een paar domme fouten, waar ik door de commentaar van Rob op attent werd gemaakt. Intussen dus gecorrigeerd).

Ik was daarjuist een paar boeken over 'volkse' kruidengeneeskunde aan het doorbladeren ('Le livre des bonnes herbes' van Pierre Lieutaghi, 'Plantes et savoir ancestral' van Josette Ganioz-Zufferey), en vind daar de gulden sleutelbloem beschreven onder de naam 'Primula officinalis'. Rob zal allicht kunnen vertellen of dit inderdaad het plantje vroeger inderdaad onder die naam geclassificeerd werd.

In mijn vorig stukje vertelde ik al dat de sleutelbloem tegenwoordig vooral toegepast wordt bij chronische bronchitis en andere vormen van hoest. Geert Verhelst geeft aan, dat de sleutelbloem eigenlijk pas in de moderne fytotherapie om die reden wordt gebruikt.
Dat wordt ook bevestigd door Lieutaghi. Volgens hem was het plantje vroeger bekend als 'Herbe à la paralysie', en werd gebruikt bij verlamming van de tong (dysfatische, dysarthrische klachten?) en bij stotteren. In de 18de eeuw zou ene Ray het sap van de bovengrondse delen, vermengd met gelijke delen koemelk, hebben aanbevolen als therapie voor een hardnekkige migraine die op geen enkele andere behandeling reageerde. Die indicatie werd herhaald door W. Bohn in 1927, die bij spanningshoofdpijn een langdurige behandeling met een infusie van de bloemen of de bladeren voorstelde.
Dit zijn geen volkomen onverwachte indicaties: naast de in het vorige stukje genoemde eigenschappen die de sleutelbloem bruikbaar maken ter bevordering van het ophoesten van slijmen, werkt het plantje ook kalmerend, spierontspannend en krampstillend. Deze eigenschappen vind je vooral terug in de bloemen. En hieruit volgt dus het gebruik bij spanning en rusteloosheid, slapeloosheid, maar ook hoofdpijn en migraine.
Drukke, rusteloze kinderen die moeite hebben om in slaap te vallen kan je voor het slapengaan dan ook een 'bloementhee' geven, een aftreksel van bv sleutelbloem-bloem en lavendel. Net als lavendel heeft ook de sleutelbloem een aangename geur. Aan een infusie voor het slapen kan je natuurlijk ook valeriaan toevoegen, maar dat kruid kan er toe leiden dan het kind de thee 'béééhhhh' vind, en er dus maar liever niet van dringt.... (en natuurlijk snap je dat het op zich al rustbrengende ritueel van gezellig een kopje kruidenthee voor het slapengaan wordt verstoord als er een discussie in de zin van: 'Ik wil niet!' - 'Je moet' aan voorafgaat.)

Rob vermeldde terecht dat primula-dermatitis een bekende allergische reactie is die sommige mensen vertonen na huidcontact met primula's. Het is duidelijk dat mensen die deze allergie vertonen, zeker deze plant ook niet als geneeskruid mogen gebruiken!

Zoals heel wat kruiden (zie daarvoor een overzicht op mijn site, AnneTannes Kruidenmand) kan ook de sleutelbloem het effect van bloedverdunnende middelen versterken. Als je dat soort medicijnen neemt, overleg dan steeds heel goed met je arts als je geneeskruiden gaat gebruiken, en dring eventueel aan op een wat frequentere controle van je bloedstolling!
Sleutelbloem is weliswaar spierontspannend, maar kan de baarmoeder stimuleren en gebruik je dus niet als je zwanger bent.
Tenslotte gebruik je het kruid ook beter niet als je onderhevig bent aan maagzweren.

De wortel van de sleutelbloem wordt vooral gebruikt bij hoest. Je oogst die op het einde van de winter. De schoongemaakte wortels worden overlangs doorgesneden en in de zon (als er die dan al is) of bij matige warmte, bv in de buurt van een kachel of in een oven op 50°, gedroogd.
De bloemen, die voor spanningsklachten en slapeloosheid gebruikt worden, oogst je natuurlijk in de lente, en droog je op een luchtige, donkere en relatief warme plek..

'n Kruidige groet,
AnneTanne

21 maart 2007

De Grote Brandnetel

Aanvankelijk had ik vandaag niet erg veel inspiratie, en bovendien heb ik de voorbije dagen geen fotootjes van (on)opvallende plantjes gemaakt die ik hier kon laten zien.
Ik speelde met de gedachte om wat over de brandnetel te schrijven - de soepgroente bij uitstek van dit ogenblik immers - maar dat leek zo op het 'imiteren' van een recente posting in de blog 'Helygen Celli' van Serena.

Maar ik heb dus besloten om het toch te doen... Er is immers (nog) meer te vertellen dan je in dat overigens heel lezenswaardige artikeltje vindt.

Eigenlijk is de brandnetel - tot je haar aanraakt - een erg onopvallende plant, met haar donkergroene blad en grijzig-groene bloemen... En (jawel hoor, je hoort me al komen) tegelijk vind ik het eigenlijk een mooie plant... Als ze niet zo prikte en woekerde, zou de plant wellicht best gewaardeerd worden als achtergrondplant in borders. (Zo beweer ik al jarenlang, dat wanneer de paardenbloem een moeilijk te kweken plant was, je er bij het tuincentrum om de hoek veel geld voor zou betalen... Eigenlijk is het een beauty!)

En als de oppervlakte van je tuin het toestaat, verdient de plant toch een plekje, ergens in een verloren hoekje. Niet alleen het je er in het vroege voorjaar een groente bij waar je alle kanten mee op kan, maar ook de vlinders in je tuin zullen je er dankbaar voor zijn.

Polygonia c-album on plumblossom - Gehakkelde Aurelia op Pruimenbloesem
Sommige rupsen lusten letterlijk geen enkele andere plant, en zijn dus voor hun voortbestaan afhankelijk van brandnetels. Voorbeelden zijn de Atalanta, de Kleine vos, het Landkaartje en de Bruine snuituil.
Andere vlinders die van de Brandnetel als voedselplant houden (al is het voor deze niet de enige waardplant) zijn de Dagpauwoog, de Gehakkelde aurelia (een paar dagen geleden zag ik er drie in de bloeiende pruimenboom in het kippenhok), de Grote beer, de Koperuil en het Brandnetelkapje.

En dan is er nog een reeks kevers die je op de brandnetels vindt, zoals de Gladde brandnetelkever, de Groene brandnetelsnuittor, de Gekamde brandnetelsnuittor en de Viervlekbrandnetelsnuittor...

Serena vermeldde het al in haar blog, maar ik vind het het herhalen waard, dat brandnetels ook erg goede leveranciers zijn van textielvezels.
Al in het late Bronstijdperk werd neteldoek geweven, terwijl van vlas toen voornamelijk het zaad (lijnzaad) werd gebruikt als voedingsmiddel. Voor een vezel met zo'n lange geschiedenis moet het dan ook nauwelijks verbazing wekken dat het verwerkingsproces doorheen de eeuwen steeds verfijnder werd. Neteldoek werd in elke gewenste textuur geweven, van de meeste grove weefsels, zoals zakkengoed, touwen en zeildoek, tot het meest verfijnde tafellinnen. In Vlaanderen werd niet alleen heel fijn (vlas)linnen geweven, maar in oude Franse teksten werd ook de 'Neteldoeck (sic) de Flandres' om zijn hoge kwaliteit geroemd.

Tot ver in de 19de Eeuw hadden netels hun plaats in de tekstielnijverheid. Er is een tekstfragment bewaard van een man die geïdentificeerd wordt als 'de dichter Campbell' (maar waarover verder nauwelijks iets bekend is), en die in ergens in de laatste helft 19de, begin 20ste eeuw schreef:
In Scotland I have eaten nettles, I have slept in nettle sheets, and dinned off a nettle tablecloth. The young and tender shoots make an exellent potherb. The stalks of the old nettle are as good as flax for making cloth. I have heard my mother say that she thought nettle cloth more durable than any other species of linen.

Maar tegen het einde van de 19de Eeuw verloor netel terrein ten op zichte van vlas en hennep als textielvezel. Dat kwam niet zozeer omdat netel als minderwaardig werd beschouwd, maar omdat brandnetels een rijke bodem nodig hadden om te groeien, en de teelt daardoor duurder uitviel.
Nochtans won neteldoek in de eerste wereldoorlog terug wat aan populariteit, toen de katoenvoorraden slonken. In 1916 werd in Duitsland rond de drieduizend ton brandnetels verzameld om te verwerken tot legeruniformen.

Maar nu even naar het bekendere gebruik van Brandnetel... de keuken!
Vandaag werd op de kruidenmand-mailinglist de vraag gesteld naar middelen om wat extra ijzer binnen te krijgen... En iemand vroeg zich - allicht terecht af - of het feit dat haar ijzerspiegel in het voorjaar altijd hoger is dan in de winter, misschien ten dele samenhing met haar overvloedige consumptie van brandnetels.
En inderdaad bevatten brandnetels - zoals de meeste donkergroene bladgroenten - een behoorlijk gehalte aan ijzer, maar ook aan vitamine C en D, caroteen, calcium en nog wat mineralen. Maar in tegenstelling tot bijvoorbeeld spinazie, is brandnetel op dit ogenblik al rijkelijk - en niet 'geforceerd' - voorhanden. (Trouwens: spinazie bevat inderdaad ook flink wat ijzer, maar is echt niet de 'Popeye'-groente die men lang gedacht heeft... Op één of andere manier is op een bepaald ogenblik in een tabel met inhoudstoffen van groenten de komma in het ijzergehalte van spinazie een plekje naar rechts opgeschoven... en leek spinazie ineens 10 keer zoveel ijzer te bevatten als vergelijkbare bladgroenten... Niet dus!)

Natuurlijk kan je brandnetels bereiden als soep, maar je kan er nog veel meer kanten mee op...
Je stooft ze met uien, brengt op smaak met peper, zout en een snufje cayennepeper...
Je voegt ze toe aan stamppotten en stoofschotels, of in kruidenpannenkoeken...
Ik heb wel eens gehakte brandneteltoppen in een aardappelrösti verwerkt...

En eigenlijk ben ik heel nieuwsgierig om nog meer originele brandnetelrecepten te horen... Wie durft de uitdaging aan? (OK, als er minimaal twee recepten gepost worden, dan voeg ik daar nog een receptje aan toe ;-)!)

Smakelijk!

19 maart 2007

Vroegeling

VroegelingHoewel ik de laatste weken overal uitgekeken heb, was er in mijn onmiddelijke omgeving geen plantje Vroegeling te bespeuren. Annet Planten was zo vriendelijk mij het gebruik van haar foto toe te staan...

De vroegeling (Erophila verna) is - hoe kan het ook anders met die naam - een hele vroege bloeier, een typische winterannuel.
Winterannuelen zijn éénjarig planten die als zaad 'overzomeren', in de loop van de herfst ontkiemen, tijdens of kort na de winter bloeien, en alweer in rusttoestand zijn als de lente goed en wel op haar hoogtepunt is.
En als je weet dat vroegeling typisch een plantje is dat bijvoorbeeld op schrale zandvlakten groeit, is zo'n levenscyclus niet verwonderlijk. In de zomer kan het op die plekken dermate heet en droog zijn, dat elk plantje er zou verdorren.

In Engeland werd de bloei van de vroegeling vroeger aanzien als een teken dat het tijd werd om de zomerrogge te gaan zaaien. In Duitsland daarentegen vreesde men dat als de vroegeling overvloedig bloeide, dat een slechte oogst in de komende zomer voorspelde. In onze streken lijkt men het plantje altijd wat over het hoofd te hebben gezien, want er lijken nauwelijks folkloristische weetjes over voorhanden.

Vroegeling vormt vaak zaad na zelfbestuiving. Verwar dit niet met het verschijnsel dat ik een paar weken geleden beschreef bij de paardenbloem, waar zaad ontstaat uit onbevruchte eicellen. De 'eicellen' van de vroegeling worden wel degelijk bevrucht, maar vaak dus door stuifmeel uit hetzelfde bloempje. Deze verregaande vorm van inteelt kan er vervolgens wel toe leiden dat een populatie vroegeling op de ene plek, op details volledig verschilt van die op een andere plek.

Vroegeling is een heel klein plantje, nauwelijks een paar centimeter hoog, maar in deze tijd van het jaar zie je ze op sommige plaatsen toch massaal voorkomen, hele tapijten vormen. Maar voor zover ik weet, vindt vroegeling op geen enkel vlak enige toepassing. In een artikeltje in een recent nummer van het tijdschrift van NatuurPunt werd even gewag gemaakt van 'een Engels boek' dat zou beweren dat de blaadjes wel gegeten worden, maar de auteur reageerde ironisch met een: 'maar dan moet je wel hele erg honger hebben...'
Bovendien zijn de plantjes ook nog eens enigszins harig, wat het eventuele culinaire genot zeker niet zal vergroten...

Waarom ik dit plantje hier dan bespreek? Ach, het groeit er nu eenmaal... en ik vind het zuivere wit van de bloemetjes in al hun onooglijkheid toch altijd iets hebben.

'n Kruidige groet,
Ann

16 maart 2007

Primula vulgaris - Stengelloze Sleutelbloem


Primula auricula - Alpenaurikel
Originally uploaded by AnneTanne.
Jacob van Maerlant (ca 1225-na 1291) schreef het al in zijn ‘Der Naturen Bloeme’:

“Primula dats een kruut
Tierste dat te lentin coemt uut,
Ende taleerst dat bloemen draghet.
Dit cruut, alsmen ons bhewaget,
Ghedronken met roeden wine,
dats volmaeckte medicine
Ghedroncken in alre noet
Jegent swaer even groet.”

Vanmorgen zag ik dat de eerste Gulden sleutelbloemen (Primula veris) in mijn bloemenweitje stilaan gaan openkomen… Nog een paar uurtjes zon, en ze staan wijd open.

De Stengelloze Sleutelbloem (Primula vulgaris) hierboven is er een neefje van, die ik een maand geleden in Zwitserland al vond bloeien.

Zoals aan heel wat voorjaarsbloemen wordt aan de Sleutelbloem een bijzondere kracht toegekend. In sommige plaatsen in Duitsland geloofde men dat Sleutelbloemen in huis geluk brengen; elders bij onze Oosterburen ging men er van uit dat men met een Sleutelbloem die in de Kerstnacht bloeit, de ’sleutel’ tot het vinden van een schat in handen heeft. Er bestaan trouwens heel wat legenden rond dit thema…
In Engeland werd de Sleutelbloem in verband gebracht met de vruchtbaarheid van kippen en ganzen (zou de dooiergele kleur van de Gulden sleutelbloem daar iets mee te maken hebben?). Als men niet zorgde minstens 13 Sleutelbloemen te plukken en binnenshuis te brengen, zouden de vogels slecht leggen, zo geloofde men in Norfolk. En in Dorset vreesde men zelfs dat alleen al het kijken naar vroege sleutelbloemen er toe zou leiden, dat broedende kippen weinig kuikens zouden krijgen.

In de loop der tijd zijn Sleutelbloemen voor tal van geneeskrachtige toepassingen gebruikt, al rept Dodoens in 1554, drie eeuwen na Van Maerlant daar nauwelijks over. Hij schreef: “Die Sleutelbloemen worden heden daechs met meer andere cruyden in spijsen ghebruyckt / maer in der medecynen en hebben zy gheen sonderlinghe ghebruyck oft cracht die te achtene zijn.” In een herdruk van zijn boek een eeuw later, staat echter te lezen: “Men heetse (deze kruyden) somtijds paralysis omdat sy so krachtigh zijn om den weedom van den leden ende van de zenuen te versoeten.”

Geert Verhelst noemt vooral expectorerende, mucolytische en secretolytische eigenschappen van het kruid (de Gulden sleutelbloem in dit geval), door de aanwezigheid van saponinen, etherische olie en fenolglycosiden. Dit betekent dus dat slijmen meer vloeibaar, minder taai worden, en daardoor gemakkelijker kunnen worden opgehoest.
Het kruid wordt dus bijvoorbeeld toegepast onder vorm van een tinctuur van de wortel (die het hoogste gehalte aan saponinen bevat), bij vormen van hoest waarbij taaien slijmen moeten gelost en opgehoest worden (niet bij krampachtige vormen van hoest, zoals bijvoorbeeld bij astma).

Alle Sleutelbloemen zijn in ons land erg zeldzaam en (dus) beschermd… Als je ze dus al in het wild zou vinden, oogst ze dan zeker niet, maar ga op zoek naar een leverancier van zaai- of plantgoed van het kruid. (Er zijn massa’s cultivars in de handel, maar ik vind de wilde vorm een plekje in de siertuin meer dan waard…)
De manier waarop Sleutelbloemen hun zaden verspreiden, is een typisch voorbeeld van ‘windstrooiing’. Als de bloem is uitgebloeid, gaat de bloeistengel verdikken en min of meer verhouten. De stengels worden ook nog iets langer en richten zich op. Wanneer de vrucht rijp is, springt die open. De wind of passerende dieren doen de ’strooibusjes’ op hun steeltjes heen en weer bewegen, en de zaden worden langzaamaan uitgestrooid. Behalve vermeerdering door zaad kan de plant zich ook vegetatief vermeerderen door de vorming van nieuwe rozetten.


Opmerking: Hoewel ik er gewoonlijk niet voor kies om als ik door een commentaar op deze blog op fouten attent wordt gemaakt, die in de post zelf te corrigeren, heb ik dat dit keer wel gedaan. Mijn vergissing beschouwde ik dermate als een flater, dat ik die echt niet wilde laten staan. Ik had het stukje de titel 'Primula auricula - Alpenaurikel' genoemd, hoewel de bloem op de foto heel zeker niet de alpenaurikel is.

15 maart 2007

Welke Blog wordt het? Gebruiksvriendelijkheid en lay-out

Ik heb mijn blog nu zowat een maand on-line, maar ben intussen toch op zoek geweest naar andere mogelijkheden, mede omdat ik de blog-software op termijn graag bereikbaar zou willen maken via mijn eigen domein.

Ik heb de indruk dat WordPress in dat verband betere mogelijkheden zou kunnen bieden, maar wil dat nog eerst even uitproberen.
Voorlopig heb ik daarom mijn blog op twee plekken. Op Blogspot staat de 'oude' (nu ja) blog, op Wordpress.com vind je de 'nieuwe'. Die heeft minstens voorlopig een andere lay-out, enerzijds om dat de gehoste vorm van wordpress minder mogelijkheden biedt om de layout aan te passen, anderzijds omdat ik ook wel eens iets helemaal anders wilde uitproberen.

Om mezelf te helpen beslissen voor welke vorm ik uiteindelijk kies, zou ik graag commentaar horen op beide blogs...

Elke feedback is dus welkom...

14 maart 2007

Wat groeit er in mijnen hof?

Wat groeit er in mijnen hof?
Ajuin...
Wat nog?
Peterselie...
Al wie omziet, krijgt hem niet, krijgt hem niet,
Al wie omziet - krijgt - hem - niet...


Dat versje was in mijn kindertijd de klassieke toevoeging aan het 'zakdoek leggen' liedje, gescandeerd terwijl de 'zakdoeklegger' rond de kring draaide om ergens het zakdoekje te gaan deponeren...

Maar dat versje komt ook altijd weer in mijn hoofd op, wanneer ik door mijn tuin rondloop, zoekend naar groeiseltjes die onverwacht te voorschijn zijn gekomen, of die hun bloemetjes geopend hebben...

Ik heb zo de voorbije dagen gezien dat de Beekpunge die ik jaren geleden één keer ontdekte in mijn tuin, nu blijkbaar opnieuw is opgedoken (en tegen de tijd dat die bloeit, moet ik toch eens zien te ontdekken of 'Beekpunge' een vernederlandsing is van de wetenschappelijke soortnaam beccabunga, of dat het Nederlands hier de eer krijgt om model te staan voor wetenschappelijke naamgeving... Neen Rob, ik ben er zeker van dat jij dit al lang weet, maar nog even niet verraden, dit hoop ik zelf te ontdekken!).
Vorig jaar vond ik een plantje robertskruid in mijn tuin, maar dat kwam niet tot bloei. Op dit ogenblik staat er een hele weelderige plant op een andere plek in de tuin, dus ik hoop dat die wel gaat gedijen.
Ergens tegen de meidoornhaag aan staat een 'hoopje' allium. Ik weet niet met zekerheid wat het is, maar heb in die buurt wel eens met kraailookbolletjes gestrooid, dus de kans is groot dat die het is...
In het grasveldje voor het huis, waarvan ik hoop dat het langzaamaan een bloemenwei wordt, staan heel wat plantjes gulden sleutelbloem. Ik heb die al een paar jaar in een border staan, en heb mijn zoontje af en toe zaad daarvan in de weide laten strooien - met succes blijkbaar!
De wilde narcissen (Narcissus pseudonarcissus) zijn talrijker dan vorig jaar. Hopelijk zetten die door... Deze narcis is 'inheems' in België, maar houdt toch vooral van lichte bossen en beekdalweides in de Ardennen (en in Nederlands Limburg). Toch doet ie het in mijn tuin voorlopig beter dan zijn neefjes uit de Alpen, de dichtersnarcis (Narcissus pseudonarcissus), die dit jaar zelfs geen enkele bloem lijkt te vormen.
Het Maarts viooltje is dit jaar ook wat minder talrijk dan vorig jaar, en het bleeksporig bosviooltje dat een paar jaar geleden spontaan in mijn tuin opdook vind ik voorlopig nog niet terug (ik weet het, te vroeg voor bloei, maar ook de blaadjes vind ik nog niet).
En ik wacht vol spanning op de bloei van mijn sleedoorns. Om één of andere reden is het voor mij pas echt lente als 'de sleedoorn bloeit op al zijn stekels' (waar heb ik die zin ook al weer gehoord?)
Nog zo'n zin die zich ooit in mijn geheugen heeft gebrand is:
'Als de daslook de bossen doet geuren als de keuken van een zuiders restaurant...'
Maar ook de daslook bloeit nog niet, al laat dien intussen zijn blad al zien...

Mijn tuin is stilaan wil vol beloften voor een rijk bloeiseizoen (en bloeien doet het buiten... en daarom zit mijn neus potdicht door mijn jaarlijks maartse hooikoorts, die gelukkig altijd maar een dag of vijf aanhoudt, maar die er vandaag voor zorgde, dat ik geen zin had in een blogpost met veel opzoekingswerk, maar het liever hield bij gewoon wat tuinobservaties....)